Toelichting keuze landen

WILCO DE JONGE: ‘Je moet dat principiële punt blijven maken’

In 2015 begon Amnesty Nederland zich in haar landenwerk te richten op vijf ‘strategische landen’: China, Indonesië, Rusland, Saudi-Arabië en Turkije. Manager Mensenrechtenbeleid van Amnesty Nederland Wilco de Jonge over de redenen daarvoor en de resultaten van de programma’s. ‘Onze samenwerking maakt lokale mensenrechtenverdedigers minder kwetsbaar.’


Waarom heeft Amnesty Nederland ervoor gekozen zich te concentreren op die vijf landen?

‘Om echt te kunnen agenderen en een verschil te maken heb je flinke programma’s nodig. Voorheen was ons landenwerk soms een lappendeken van kleine activiteiten. We vonden het nu logischer om met een beperkt aantal landen de diepte in te gaan. De keuze gaat overigens verder dan alleen de situatie in die landen zelf. We hebben gekeken naar landen die invloedrijk zijn in hun regio en daarbuiten, waarvan het mensenrechtenbeleid internationaal doorwerkt.’

Hebben de keuzes goed uitgepakt?
‘Ja, ik ben redelijk tevreden. Nu hebben we vijf landen waarvan we zeggen: daar hebben we een agenderende rol. En dat zie je terug in de resultaten die we boeken. Met betrekking tot Saudi-Arabië zie je bijvoorbeeld dat we een belangrijke rol zijn gaan spelen in het brede politiek-maatschappelijke debat in Nederland. Als het over Saudi-Arabië gaat in de politiek of de media wordt al snel de relatie met Amnesty gelegd. We hebben het onderwerp naar ons toe weten te trekken.’

Is dat een belangrijke doelstelling: het Nederlandse debat beïnvloeden?
‘Ten opzichte van landen als Saudi-Arabië en China zeker, want daar komen wij als Amnesty helemaal niet binnen. Maar sowieso is veel van onze toegevoegde waarde dat we de Nederlandse en Europese politiek ten aanzien van zo’n land beïnvloeden. Wij zijn een actie- en lobby-organisatie, geen ontwikkelingsclub met lokale projecten. Je moet onze acties, zoals die voor de Saudische blogger Raif Badawi, zien als één geheel met onze oproepen aan de politiek en de EU om zich in te spannen, rechtszaken waar te nemen, zich uit te spreken als er iemand gearresteerd wordt. In samenhang geeft dat hopelijk bescherming aan mensen.’

In Rusland en Turkije steunen wij lokale Amnesty-kantoren. In die landen wordt het echter steeds gevaarlijker voor mensenrechtenverdedigers om hun werk te doen. Voel je je daar verantwoordelijk voor?
‘Ja, uiteraard. Maar hun samenwerking met ons beschermt ze in zekere zin ook. Het feit dat de Turkse en Russische Amnesty-medewerkers in internationaal verband opereren, maakt ze minder kwetsbaar voor repressie. Dat is in het algemeen vaak onze strategie met betrekking tot lokale mensenrechtenverdedigers. Wij zetten ze in de schijnwerpers en zeggen daarmee: dit zijn mensen die wij steunen, die onze aandacht hebben.’

China is een land waaraan Amnesty altijd veel werk besteedt. Maar ook uit dit jaarverslag blijkt weer dat er heel weinig ten goede keert.
‘Dat klopt. Het feit dat we de koning hebben bewogen zich tijdens het Chinese staatsbezoek uit te spreken over de mensenrechten is mooi, maar China is natuurlijk een land met een enorme macht, en daarin zijn wij slechts een minieme speler. Daarom gaan we de komende jaren wat China betreft meer kijken naar de rol van het bedrijfsleven, en hoe bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijfsleven betrokken is bij Chinese bedrijven. Datzelfde gaan we doen met betrekking tot Indonesië. Dan heb je concretere aanknopingspunten voor verbetering. Overigens vind ik ook dat je, zelfs als je op het eerste gezicht weinig bereikt, toch dat principiële punt moet blijven maken. Mensenrechtenwerk is ook iets van de lange adem. Je moet soms tegen de klippen op je verhaal blijven houden, gewoon om te zorgen dat niet iedereen wegkijkt als het over mensenrechten in China gaat.’

In enkele landenprogramma’s was in 2015 vrij veel aandacht voor de EU-richtlijnen voor mensenrechtenverdedigers, onder andere met workshops voor diplomaten van EU-lidstaten. Wat was daarin de afweging?
‘Je houdt henzelf een spiegel voor: dit zijn jullie eigen richtlijnen. Dit is wat jullie geacht worden te doen, dus doe het dan ook. Het is natuurlijk altijd sterk om autoriteiten aan hun eigen beleidsintenties te houden. Dat blijkt vaak een stimulerende werking te hebben: EU-diplomaten houden lokale mensenrechtenverdedigers beter in de gaten, wonen rechtszaken bij. En dat is wat Amnesty altijd al heeft gedaan: landen wijzen op hun eigen afspraken en ze daarmee confronteren.’